Een groot deel van de onvermijdbare foodwaste uit retail en voedselproductie zit in verpakking, en dat is geen detail, maar een van de belangrijkste posten in de rekensom. Verpakt product moet worden ontpakt voordat het vergist kan worden, ontpakken kost geld, en wat de installatie niet accepteert, komt terug als reject. Wie deze drie dingen niet meet, weet niet wat zijn reststroom werkelijk kost. Wie ze wél meet, heeft de helft van zijn besparing al gevonden.

Wat verpakte foodwaste eigenlijk is

In de sector heten ze voormalige voedingsmiddelen: producten die voor consumptie bedoeld waren maar dat niet meer worden: over de datum, verkeerd geëtiketteerd, beschadigd, uit een teruggeroepen partij. Yoghurt in pakken, brood in zakken, maaltijden in schalen.

Voor de bestemming maakt die verpakking alles uit. Een vergister wil organisch materiaal, geen folie en geen blik. Bevat de stroom dierlijke bestanddelen, dan gelden bovendien de regels voor dierlijke bijproducten: categorie 3-materiaal mag alleen via erkende verwerkers lopen. De verpakking bepaalt dus mede wélke ontvangers uw stroom mogen en willen aannemen, en tegen welke voorwaarden.

Ontpakken: een industriële stap, geen bijzaak

Ontpakken gebeurt niet met de hand. Gespecialiseerde voorbehandelaars draaien verpakte stromen door ontpakkingsinstallaties die organisch materiaal en verpakking scheiden. De organische fractie gaat door naar de vergister; de verpakkingsfractie wordt apart afgevoerd.

Die stap heeft een eigen prijs en een eigen kwaliteit. Geen enkele installatie scheidt perfect: er blijft altijd een restfractie die niet voldoet aan de acceptatiecriteria van de ontvanger. Dat is de reject.

Rejects: meten of wegmoffelen

Het rejectpercentage (welk deel van een aangeleverde batch wordt afgekeurd of als niet-verwerkbaar wordt afgevoerd) is de stilste kostenpost van de keten. Hij is ook de makkelijkste om te verstoppen: in een all-in tarief, in een jaargemiddelde, of simpelweg door hem niet te rapporteren.

Wij wegen en rapporteren rejects per batch, om drie redenen.

Eén: de rekensom klopt anders niet. Een route die op papier goedkoper is maar een hoog rejectpercentage kent, kan in werkelijkheid duurder zijn dan de oude. Dat wilt u wéten, niet vermoeden.

Twee: rejects zijn stuurinformatie. Een oplopend rejectpercentage vertelt iets: over de samenstelling van de stroom, over de ontpakkingsstap, over de acceptatiecriteria. Wie het meet, kan bijsturen; wie het niet meet, krijgt het als verrassing op de factuur.

Drie: de massabalans moet sluiten. Een batch waarvan onduidelijk is welk deel verwerkt en welk deel afgekeurd is, levert geen bewijs, en zonder bewijs geen claim, ook niet voor uw scope 3-rapportage.

Wat dit met de base case doet

In onze base case is de verpakkingsvraag geen voetnoot maar een regel. De kosten van ontpakken en de verwachte rejectband staan erin, met afgesproken grenzen: blijven rejects structureel boven de bandbreedte, dan wordt er aangepast of gestopt. Dat is geen pessimisme, maar de reden dat de besparing die overblijft écht is.

Het alternatief kent u: een scherp tarief per ton aan de voorkant, en de verrassingen achteraf: rejectkosten, bijgestelde acceptatie-eisen, een stroom die toch ergens anders heen bleek te gaan. De echte rekensom is er een waarin ontpakken en rejects van begin af aan meetellen. Soms valt die som daardoor minder spectaculair uit dan een folder belooft. Hij heeft wel één voordeel: hij klopt nog steeds als iemand hem narekent.

De routescan. Wij rekenen één route van uw foodwaste door op uw eigen volumes en facturen. U krijgt één A4 terug: uw werkelijke kostprijs per ton, de kansrijkste vergunde bestemming en een eerlijk go / no-go. Zegt de rekensom nee, dan zeggen wij dat ook.

Vraag de routescan aan